Borderheadline

23/11/2009

Wat een informatiestroom op zo’n maandagochtend. Hoe zou ik dat destijds als 17 jarige jongen ervaren hebben? De krant, de twittertjes, de mailbox, de teksten van Linkedin, facebook en al die andere geadresseerde boodschappen?

In je hoofd komen ongebreideld talloze signalen binnen. Niet alleen het gezoem van de Nespressomachine, maar ook de geur van koffie, de jeuk aan mijn oog en de smaak van een appel. En daar moeten al die headlines, die allemaal vooraan willen staan blijkbaar nog bij. Het is onze rechter hersenhelft die – volkomen in het ‘hier en nu’ – gretig al die signalen binnenhaalt. In eenvoudige bewoordingen legt de Amerikaanse Jill Bolte Taylor bij TED.com uit hoe vervullend dat gevoel in de rechter hersenhelft moet zijn. Want daar is alles tijdloos en volkomen verweven met de wereld om ons heen. Onbaatzuchtig en kritiekloos nemen we rechts alles aan wat er aan signalen ons hoofd weet te bereiken. En als ik haar beschrijving moet geloven, herken ik daarin de dromerige meisjes in mijn klas vroeger, die urenlang konden voelen aan een versleten plekje van hun boekentas, of staarden naar de trillerige reflectie van zonlicht in het linoleum, alsof ze in een tijdloze wereld zaten. Hun linker hersenhelft zal waarschijnlijk op halve kracht hebben gewerkt, want daarin gaat het normaal heel anders toe. In deze helft regeert de logica en is het bewustzijn van het eigen belang dominant. Dus zit daar een soort informatiemanager die uit al die prikkels en beelden precies die details verzamelt, die ons persoonlijk verder kunnen brengen. Zo wordt ons dossier ‘algemene ontwikkeling’ of ‘carrière’ voortdurend aangevuld met feiten en handigheidjes, beweert Jill overtuigend.
Zou het werkelijk zo gaan dat ik uit die krant met haar enorme gehalte aan absurde berichtgeving, de stroom aan irrelevante twittertjes, mijn mailbox die uitpuilt van andermans problemen, de aanhoudende headlines van Linkedin en facebook en al die andere overlopende emmers die schreeuwen om aandacht, steeds maar weer die enkele relevante snippertjes weet op te rapen, omdat ze me toch iets brengen? Verwondering, kennis, inzicht of verstrooiing? Dan moet ik, vergeleken met de 17 jarige jongen die ik ooit was, behoorlijk bedreven zijn geraakt in het selecteren. Toen was er niets te selecteren, ik las zelden een krant en verder was er niets. Maar vandaag doe ik niet onder voor mijn dochters van 17. Ik ben als een hongerig kind op een oneindige vuilnisbelt, op zoek naar eetbare stukjes afval. Met om mij heen duizend twitterende meeuwen en andere kinderen die me proberen af te leiden, me allerlei rotzooi toewerpen die er niet toe doet: politie bij massavaccinatie, zelfmoord arrestant, dwaling Roda, chirurg verminkt geslacht, Chinese mijnramp, wat ga ik daar allemaal mee doen? Misschien weet die hersenmanager er toch steeds creatiever raad mee en vult hij daarmee dossiers als: ‘wereldwaanzin’ en ‘cultuurspagaat’ en ‘borderheadline’ of de map ‘blogthechaos’. Voorlopig kan ik vooruit want TED is nu ook wegens mondiaal succes in Amsterdam neergestreken. En Prinses van Oranje Wisse Smit deed er al haar woordje. En noemde Obama the president of the United ‘Change’ of America. Dat was nog eens pareltje om op te slaan in de linker hersenhelft.

Gratis Schoonheid

21/11/2009

Bij toeval ontdekte ik iets moois op een forum over auteursrecht. En nadat ik dit pareltje deelde met Facebookvrienden kregen ook anderen glinsterende oogjes. Het is de internetfilm Sita Sings the Blues. Gemaakt door de Amerikaanse Nina Paley, na het lezen van het Indiase sprookje de Ramayana.

De Ramayana is een van de twee grote legendes van India. En Nina Paley heeft er een Indiaas-Amerikaanse animatiefilm van gemaakt die zowel uniek als innovatief is. De eerste indruk op het beeldscherm zal meteen doen denken aan gestileerd bloemetjesbehang uit een meisjeskamer. In tweedimensionale vormen, gebaseerd op cirkels, zien we extreem eenvoudige personages in bonte kleuren, die de prille kijker zullen verbazen. Want onze eerste indruk is dat zulke abstracte schepselen niet kunnen boeien door de onveranderlijk portretten en gebrek aan motorische dynamiek. Sinds Sneeuwwitje (Disney, 1937) zijn we immers verwend met fraaie bewegingen en meeslepende emoties in gezichtsuitdrukkingen. Nog steeds wedijveren de animatiestudio’s met elkaar om hun personages zo dicht mogelijk bij de realiteit te brengen. Bij Sita is dat heel anders: de beeldtaal is nogal statisch en symbolisch. Een huilende Sita is bijna dezelfde als een gelukkige Sita, maar dan met pruilmondje en tranen die vanuit haar ogen in een perfecte boog wegschieten. Maar wie deze film de eerste minuten het voordeel van de twijfel geeft, komt terecht in een verrassend speels verhaal met meerdere lagen en dimensies. Het is op momenten zo verfrissend dat je er spontaan gelukkig van wordt. En ik vraag me soms af waarom er niet al honderden van deze films bestaan, zo krachtig en werkzaam kan eenvoud zijn. Paley (van wie je denkt dat je haar kent uit de groentewinkel) heeft onder meer gebruik gemaakt van drie vertellers, die als Aziatische schaduwgoden kibbelen over de juistheid van de historie. En in weer een heel andere tekenstijl heeft ze ook een bijna autobiografisch verhaal van een mislukte liefde in de film verwerkt. Van scene naar scene houdt ze de kijkers in de greep en maakt er een prachtig geheel van. De muziek is van uitzonderlijke klasse en het heeft Paley dan ook de grootste moeite gekost om de muziekrechten te regelen. Want met haar eigen genereuze weggeven van haar creativiteit – de film is geheel gratis door iedereen te bekijken op het web – zijn de auteursrechthebbenden van de prachtige muziek van Annette Hanshaw het niet eens. En daarom probeert Paley nu het tekort via donaties te verwerven. Dat lukt haar inmiddels moeiteloos en maakt het de miljoenen kijkers ook mogelijk om hun waardering uit te drukken in een gift. Ook in die zin is het een heel eigentijdse vorm van distributie en vergoeding. Neem er gerust een avond de tijd voor om dit prachtige verhaal te bekijken en klik ook eens op de vele achtergronden bij Sita sings the Blues.

Pact met de Duivel

08/11/2009

OmslagHolofaustWebsite

Het heeft even geduurd, maar we schrijven weer. En lezen erbij. Al is de krisis niet bezworen – integendeel – we kunnen weer adem halen na een lange periode van overuren en vernieuwen. Want wie denkt te kunnen blijven doen wat hij altijd deed… mist de essentie van deze tijd. En komt beslist in slapeloos vaarwater. Herbezinning is op alle fronten noodzaak want we leven in blessuretijd.

Je kunt een bank wel miljarden toeschuiven in deze tijd van gebroken vertrouwen, maar ook Wouter Bos weet dat we daar op lange termijn niets mee bereiken. We leven van enorme voorschotten die we tegen onbetaalbare rente hebben opgenomen van onze kinderen. Door – zoals Bos dat deed – de schuldenlast te verschuiven van de bank naar de burger, lossen we natuurlijk niets op. Dus is het zaak dat we heel snel die scheefgroei vervangen door iets beters. Hoe gaan we dat aanpakken?
In de beste boekhandel van ons land kwam de lokale elite bijeen om het verse boek van Govert Derix te verwelkomen. De Tribune is niet groot, maar op dat moment voelt het toch heel groots dat daar zoveel historici, schrijvers, journalisten, filosofen en andere intellectuelen bijeengekomen zijn om het glas te heffen op 128 bladzijden vol bezinning over hebzucht, creativiteit, vriendschap, crisis en passie. Govert is filosoof en schrijft geconcentreerde tekst. Dat is niet voor iedereen makkelijk verteerbaar, maar wie nog wat ouderwetse moeite doet, kan er veel inspiratie uit halen. Govert heeft zijn boek Holofaust gedoopt. Faustkenners weten dat deze hoofdpersoon uit het Magnum Opus van Goethe een pact sloot met de Duivel. Daarmee verwierf hij de hoogste wijsheid, maar zou dat moeten bekopen met zijn ziel. In dat licht bezien belooft Holofaust niet veel goeds. En inderdaad, het boek analyseert op pijnlijke wijze de enorme teloorgang van al hetgeen in de mensheid ooit waarde had. En als er nu – in de ‘blessuretijd van de verlenging’ – niet iets geheel nieuws en beters in ons midden neerdaalt, wordt het een fatale finale. Maar Govert laat ook nieuw licht schijnen, vanuit nieuwe standpunten. En al zijn de conclusies niet zomaar geruststellend, zijn glimlach straalt toch door in vele alinea’s. Een verademing voor mensen die graag inhoud consumeren. En lang daarna nog de prikkelende nasmaak willen proeven van een verwarrende zienswijze. De echte metamorfose naar een nieuwe orde begint in het hoofd. En als we collectief beseffen dat het ook heel anders kan, is er een mogelijkheid dat deze wereld transformeert tot iets haalbaars. ‘Govert, schrijf door… en breng samen met andere moralisten en beschouwers nieuwe verwarring onder de lezers. Zodat we onze inzichten scherpen en op nieuwe sporen komen, als antwoord op een op hol geslagen wereld’. Het eerste exemplaar ging naar de innemende Erik Croux, kunstbetrokkene, beeldend kunstenaar en inspirator. Holofaust is verkrijgbaar onder ISBN nummer
978-90-78407-54-6 en kost € 14,90

In bikini

13/10/2009

060412_berlusconi_vlrg_4a.widecIedereen “neemt” het gelijk. Ook al denken we er allemaal anders over. Heeft Gouverneur Frissen vertrouwen verloren, of zich juist een ondernemende initiator getoond? Rommelt Gerd Leers met de Bulgaren, of heeft hij de Tefaf bij Maastricht betrokken? Is Balkenende een verscholen autist, of is hij een bestuurlijk genie? Je mag het allemaal zelf zeggen.

Dertig jaar geleden waren we het altijd eens. Er bestond maar één waarheid. De boeken van Wolkers waren rebels, de muziek van Bob Dylan revolutionair, in Vietnam had je foute Noord- en de goede Zuid-Vietnamezen en Kennedy was een held. Dat was makkelijk, al klopte er geen donder van. Maar nu kennen we meer waarheden. We zien de een na de andere bestuurder sneuvelen door publieke lynch-lust, om vrijwel niets. En anderen overleven de grootst denkbare ontsporingen. Als je vijftien jaar geleden zeggen zou dat er een president komt die zijn verkiezing behaalt omdat hij alle TV-zenders bezit en op die stations alleen nog dames in bikini laat optreden, had iedereen je uitgelachen. Het kan allemaal. Maar de behoefte aan nieuwe, begrijpelijke ijkpunten wordt er bij velen niet minder om. Lang niet iedereen is in staat tot het bepalen van een kritisch eigen standpunt. En die groep groeit nu met de dag. Het is juist deze massa, die steeds gevoeliger wordt voor de mensen onder ons die roepen dat ze het wél weten. Diane Benscoter heeft daar een beangstigende reeks voorbeelden bij, van mensen die slechts een enkel denkbeeld blind volgen. Omdat Diane dat proces zelf intens heeft meegemaakt, is haar analyse bij TED.com zo beklemmend. Hoe instabieler de groep rond een complex probleem… hoe groter de schreeuw om een simpele oplossing. En zulke oplossingen hebben altijd één gemeenschappelijk kenmerk: ze scheppen polariteit. Zij en wij. Goed en kwaad. Het is op dit punt dat Diane haar betoog afbreekt, terwijl ik me zit af te vragen wat je daar nu tegen kunt doen. Juist deze pluriforme wereld bevalt me het best en doet me elke dag weer verwonderd opkijken. Nee, ik verlang niet terug naar een wereld met een enkelvoudige waarheid, zeker niet. Maar als we niet uitkijken, gaat die er wel weer komen.

operating-room Je weet niet wat je ziet als je OK10 binnenstapt. Een futuristisch blauw licht en een woud aan complexe apparaten. Dit is Nederlands toplocatie voor lastige ingrepen. Wat we vanavond niet zien, is het team specialisten dat bij deze operaties vereist is. En eenmaal in vol bedrijf galmt uiteraard de weerklank van U2 door deze smetteloze ruimte.

Er is geen reden tot gerustheid als er een slokdarmtumor wordt geconstateerd. In de meeste gevallen ben je al te laat bij de eerste klachten. Maar vandaag zijn we in het hart van het strijdperk tegen deze lastige tumoren. Het is de operatiekamer waarin men alle denkbare technologie beschikbaar heeft die zo’n complexe operatie met zich meebrengt. Vroeger, zo legt Dr. Ewald Bollen van Atrium MC in Heerlen uit, maakte men enorme gaten in het lichaam, om zieke weefsels af te voeren. De ergste operaties waren gericht op ingrepen aan de longen waarbij tussen de ribben door moet worden gewerkt, die bij die gelegenheid met een gruweltang uit elkaar worden gedrukt. Maar inmiddels werkt men meer en meer met de VATS lobectomie. Bij die techniek worden maar een paar kleine sneetjes gemaakt waardoor een tangvormig soort multifunctionele scharen worden gestoken om de tumor te bereiken. Zo ontstaat er bij de patiënt minder schade en bloedverlies en is men soms na twee dagen al weer op de been. Voor de chirurgen van het Atrium Ziekenhuis in Heerlen betekent de nieuwe aanpak nogal wat. Men volgt de werkzaamheden bij de tumor volledig middels monitoren dus is er oefening nodig om de oog-handcoördinatie te trainen. Je moet ongeveer de handigheid hebben van een goede Gameboy speler, wil je een slagaderlijke bloeding tijdig de baas kunnen. Samen met zo’n zestig andere zakelijke sponsoren van het Atrium Ziekenhuis, luister ik geboeid hoe Dr. Meindert Sosef de organisatiegraad van de operaties aan de slokdarm ontvouwt. Inmiddels hebben alle Limburgse ziekenhuizen deze lastige operaties opgegeven en brengen hun patiënten voor de ingreep in Heerlen onder. Daarmee hangt uiteraard een hele ketting aan verantwoordelijkheden en protocollen samen. De statistieken liegen er niet om en het is de toehoorders wel duidelijk dat er zware innovatieve slagen gemaakt zijn in deze teams van topspecialisten. Ze halen hun kennis en vaardigheden uit alle hoeken van de wereld en bekwamen zich elke dag verder in dit wonderlijk vak. Iedere dag beter, zegt bestuursvoorzitter Eke Zijlstra… en in de blauwe Operatie Kamer maken ze die belofte waar. Ik hoop er alleen nooit meer te hoeven komen.

Zinnige leegte

18/09/2009

hangmatEen vriend zei laatst iets grappigs: Ik zou wel eens willen zien aan elk voorwerp in mijn huis, wat ik daar oorspronkelijk voor betaald heb. Als een soort les. Je zou van je stoel (€ 480,-) vallen. Misschien wel eens een goeie oefening, dacht ik toen. Want als we niet steeds opnieuw heel anders tegen de wereld leren aan kijken, komen we er nooit uit.

Beter nog zou je alles in huis kunnen bestickeren zoals in een uitverkoop: in zwarte letters de oorspronkelijke aanschafprijs en in rood de huidige waarde. Je zult zien dat je dan van diezelfde stoel (- € 12,50) valt. Want de devaluatie van alle spullen in deze wereld, gaat met de evenredige astronomische snelheid als de ontwikkeling van nieuwe hebberigheid. Ik herinner me dat ik het altijd inspirerend vond om langs rommelmarkten en curiosa fairs te slenteren. Al die wonderlijke gebruiksvoorwerpen uit andere generaties zijn soms zorgvuldig onderhouden, dan weer jammerlijk gekneusd. Een oude viool die alle sporen van intensief gebruik laat zien, met twee initialen in de hals en een pandhuis sticker is nu eenmaal fascinerend. Ze prikkelt de fantasie met narratieve oplossingen. Of een houten notenkraker, uitgevoerd als elegant vrouwtje, tussen wiens liezen de walnoten zijn gekraakt, ofschoon ze op de laatste amandel haar heup brak. Nog steeds spijt dat ik het destijds niet heb gekocht. (Nee, ik bedoel niet de Hillary Nutcracker)
Echter, toen vorige week de hele Battalaan weer haar gebruikte spullen uitrolde voor het nazomerende puliek, stond me de collectie erg tegen. Temidden van honderden Blokkerprullen en Xenos rietwerk hele Chinese legers futuristische poppetjes met valhelmen en wapentuig. Stapels dozen PC-games, afgedankte elektronica en duizenden andere impulsaankopen. De weerslag van de onuitputtelijk consumerende medemens heeft iets afstotelijks. Als een vuilnisbelt vol bevliegingen en controlegebrek.
Tja hoe moet het dan wel? Ik kan enorm genieten van uitgebalanceerde voorwerpen die hun werk heel goed doen. Het aanzetstaal waarmee ik mijn Sabatier koksmes scherp voor ik de tomaten klief in dunne gladde plakken. Of de Nespressomachine die me nooit in de steek laat. Zelfs dat gekke wifi kastje van Apple – een wit plastic doosje op mijn bureau met één groen lampje – doet het altijd. Een gedichtenboekje dat je meeneemt op elk zonnig terras. Het worden allemaal voorwerpen waaraan je je zou hechten. Al moet ik bekennen: ik hecht nog meer aan lege ruimte. Je zolder opruimen schept immers ook ruimte in je hoofd. Als gevolg van een enorme razzia op een van de kamers had ik een wagen vol gebruikte spullen. Ik ben nog geen vijfde deel kwijtgeraakt bij de kringloopwinkel. Het is allemaal volstrekt onverkoopbaar. Te geef lukt het niet eens. Dus zullen we – recessie of niet – onze koopprikkel moeten leren beheersen. En ons moeten bezighouden met vormgegeven bruikbaarheid. Met elegante dienstbaarheid en inspirerende zinnigheid maar vooral… genietende ledigheid.

StPancras_Eurostar-778951In de duisternis van de kanaaltunnel is het kalm typen. Er zullen vast wel cruiseschepen en olietankers boven mijn hoofd af en aan varen, maar hier in het blauwe schijnsel van de Apple merk je daar niets van en is het schrijfklimaat okay voor een pretentieloos blog.

Met mijn collega Stijn vertrok ik in het vroege ochtenduur vanuit het Station in Maastricht met de Waalse intercity op weg naar het Eurostar station in Brussel-Midi. Er is veel veranderd op dit traject, als ik dat vergelijk met de jaren dat de boemel naar Luik nog op diesel reed. Dat ging toen honkebonkend door de boomgaarden van Visé en Jupillle van stationnetje naar stationnetje. Voor aankomst bizar langzaam langs de neonramen van de prostitutiewijk bij Guillemins alsof de machinist niemand wilde storen. Niet te vergelijken met de goed geveerde, strakke vaart van nu. En hoe bijzonder is het niet om zo gladjes onder de structuren van Calatrava door te glijden en moeiteloos richting Brussel te zweven op snelheid. Al zou de TGV er wat later nog een angstaanjagend schepje bovenop doen. Jawel, van vertrek tot aankomst heeft de TGV nog het meest weg van vliegen. Het station van Rijsel heet dan ook Lille-Europe, zoals een luchthaven betaamt. De incheck, de controle, de snelheid is bij benadering dezelfde. Alleen het uitzicht is aanmerkelijk dynamischer, behalve hier in de tunnel al duurt dat maar even. We waren vandaag in Londen voor een bezoek aan onze toeleverancier van het Content Management Systeem. En dat werd een lang gesprek met glazen water. Dat jullie zomaar die hele reis maken, vroegen de jonge kerels verwonderd. Ze hadden geen idee waar Maastricht ongeveer ligt. Wij vanochtend trouwens ook niet waar we hun kantoor konden vinden. Een passerende Bobby had ook geen notie, maar wel een tip: you can find the adress on that one, wijzend op de i-phone. Wat merkwaardig dat de Londense taxi’s alle denkbare moeite doen om hun historisch imago te onderstrepen met oncomfortabele lamlendigheid. De retro klapstoeltjes en het kogelvrij glas maken het tot een hobbelige bevrijdingstocht in een Sherman tank over de linkerrijstrook. Maar komaan, we zijn weer eens in een wereldstad en liggen vanavond terug in ons eigen bed. Al kom ik wel vaker in Londen, het is toch weer anders als je er een zakelijke bestemming aan geeft. Het voelt strakker, functioneler, eigentijdser en georganiseerder om van dusk till dawn overgeleverd te zijn aan eigentijdse mobiliteitssystemen. Met in die resturen een geschikt blogklimaat.

Toegepaste Liefde

14/09/2009

typewriterOmdat het tempo van onze maatschappij nu stilaan exponentieel versnelt, worden onze teksten aldoor korter. No time to waste. We laten niet alleen hele nuanceringen weg, ook alle niet-essentiële woorden. Er blijft kindertaal over. En daarvan halen we tenslotte de klinkers weg. Korter dan kort. Krtr dn krt.

Na een vakantieonderbreking bloggen we vrolijk verder. Al krijg ik wel eens de opmerking dat het meer op ‘columneren’ lijkt dan op bloggen. Maar juist het aardige van bloggen is dat iedereen een eigen vorm kiest. Toegegeven, mijn breedsprakige columns vol toegepaste liefde voor belegen woorden zijn niet echt van deze tijd. Integendeel. Het moet echt korter, sneller. Want niemand heeft de tijd om breedsprakigheid te belonen met aandacht. Dat zien we elke dag om ons heen. Het begon misschien wel met sms-verkeer: ‘bn ff nr kppr, CU’. Noodgedwongen, als gevecht tegen de kosten worden sms-teksten kien teruggebracht tot symboolcodes. Zoals een verkeersbord het parkeren verbiedt in een enkele aanblik, kunnen drie toetsen van elke mobiele een somber gezichtje uitdrukken. Of een knipoog met uitgestoken tong. En zo gaat het ook met de tekstregels in onze Facebook, Linkedin en Hyves profielen. “Nieuw blog Jean-Paul” is zo’n zin. En die moet er dan voor zorgen dat echte liefhebbers even klikken. Of sneller nog, even de headline scannen. Als de kopregel zegt: “Geen eetlust, wel seks” dan heb ik meer dan 120 lezers die dag. En doe ik “Belastingaangifte de deur uit” decimeert dat aantal. Wat ik verder in die tekst schrijf, maakt niets uit. Zo zijn de cijfers. Het gaat bij TV, krant en website om de headline. Zojuist ontving ik een Facebook regel: Coldplay @ Nijmegen was super, en kreeg elders de uitnodiging: zat.bbq @ st.pieter. Heel snel leert iedereen headlines schrijven. Met name twitteraars weten daar alles van. Met 140 karakters moet je het doen. En gebruik je ze werkelijk allemaal dan ben je gek, want dat leest geen hond. Hou het toch kort.
En dan opeens… zie ik weer dat web-tv interview met Nic Tummers uit 2003. Die daarin ten strijde trekt tegen de vervlakking, de eenzijdigheid van onze aandacht. De totale waan van de dag die ons blind maakt voor mooie dingen. Ik was het 6 jaar geleden al erg met hem eens en geniet bij dit weerzien opnieuw van zijn rebelse opvattingen. Een paar jaar later – in april 2007 – neemt werelds meest virtuoze violist Joshua Bell de proef op de som. Gekleed als straatmuzikant speelt hij op zijn Stradivarius uit 1713 een van de moeilijkste vioolpartijen aller tijden. En dat alles in de lullige hal van een metrostation. Om te beproeven of er passanten zijn die zijn buitengewone prestatie waarderen. Mogelijk zelfs herkennen. In de drie kwartier dat hij viool speelt wandelen meer dan 1.000 mensen hem straal voorbij. Na zijn concert ligt er slechts 32 dollar in zijn vioolkoffer. Zeven mensen hebben even stilstaand geluisterd, niemand langer dan een minuut. ‘Well done Joshua. Het zegt immers niets over je vioolspel… maar alles over deze bizarre maatschappij’. En zoals Nick Tummers zegt: ‘Het klinkt in ons hoofd al lang niet meer… we horen slechts medeklinkers‘.

Echte Aanpakker

25/08/2009

frank-maisVanavond was ik uitgenodigd door mijn bijzondere vriend Frank. Hij is opgegroeid in een veehouderij en kent alle kneepjes van het koeienvak. Maar in één aspect heeft Frank zich helemaal gespecialiseerd: Maïsveredeling. En terwijl hij mij rondleidt door de hoge stengels van de Maïsplanten, wordt duidelijk dat Frank een van de zeldzame Limburgers is die doorlopend innoveert.

We gaan over een smal perceeltje boordevol maïsplanten dat grenst aan het spoor naar Luik, ver van de openbare weg, zodat het verscholen ligt voor passanten. Bij de meeste planten zijn zakjes over de vruchten geschoven en vastgeniet, om te voorkomen dat de jonge kolven worden bevrucht door een onbekende soort. Nee, de bevruchting moet juist komen van een slim gekozen ras, dat de eigenschappen van de nakomelingen zal beïnvloeden. Daarin schuilt nu juist de innovatie.
Innovatie, klinkt als de heilzame oplossing voor Limburg. Want ‘Lissabon’ heeft beklonken dat heel Europa daar de komende eeuw haar geld mee moet verdienen. Maar voor heel wat bedrijven blijft het begrip ‘innovatie’ steken bij de begerige blik naar een subsidieregeling. Zoekend naar de kans om nieuw kantoormeubilair te financieren uit een innovatiepotje. Zo gaat het niet bij de melkveehouderij van Frank’s familie. Daar zijn vandaag twee fonkelnieuwe melkrobots geleverd – ze staan nog in plastic – en zullen eerdaags 24 uur per dag volledig automatisch meer dan honderd koeien melken, zodat de veehouder zich kan bekommeren om het terugdringen van alle inkoopkosten.
En op dat terrein komt Frank in beeld. Maïs is immers hoofdbestanddeel uit de voeding van koeien en het loont dan ook om dat gewas zo slim mogelijk te veredelen. Dan haal je jaar na jaar meer voedingswaarde van het land, met dezelfde inspanning.
Frank werkt al meerdere jaren met zo’n honderd soorten maïs en houdt nauwlettend de kruisingsschema’s bij in Excel. De ene plant heeft robuuste kolven, maar laat de goudgele toppen daarvan uit het loof steken. Dat trekt vogels aan waardoor de opbrengst afneemt. Dus kruist hij die soort met een minder opzichtige variant. Andere maïsplanten hebben bladeren die het regenwater goed bij de stengel houden. Of die een sneller rijpende korrel voortbrengen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft invloed op de opbrengst. Nu zul je zeggen, dat is toch niet innovatief? Dat doet de mensheid al duizenden jaren.
Dat klopt. De mens innoveert al duizenden jaren. Frank is zo ver dat hij zijn maïs na de oogst meteen naar een collega in Chili opstuurt. Zodat die de zaden opnieuw tot volwaardige planten laat uitgroeien op dat zuidelijke halfrond, terwijl wij hier op de Elfstedentocht zitten te wachten. En in het voorjaar stuurt Chili de opbrengst weer terug: weer een hele generatie winst. Zo pakt Frank dat aan. Hij gaat elke dag op pad over zijn proefpercelen, met plastic zakjes, notitieboekje, nietmachine en fototoestel. Uit enthousiasme voor dat complexe vak. Met vakkennis en gevoel voor de natuur. Zonder één Euro subsidie.
Het lijkt wel of innovatie wordt uitgelegd als: “vertrouwde dingen op een nieuwe, andere manier gaan doen.” Maar als we werkelijk iets willen bereiken in innovatie, dan is daar in de eerste plaats een heel gedreven mentaliteit voor nodig. Mensen die aanpakken. Op eigen initiatief, uit liefde voor hun veranderlijke vak, in een veranderlijke tijd. Zonder dat iemand hem er ooit naar heeft gevraagd, is Frank van Aubel uit Eijsden zo iemand. Kras het vakje maar vol: “geschikt.”

chinese schaarDe cultuur GPS voorspelde het al: wie zaken wil doen met China krijgt te maken met een ‘masculine’ attitude. Men heeft vooral waardering voor toppers en succesvolle mensen. Een waarde die in constitutie van elke Chinees ligt opgesloten. Dus horen kneuzen en zwakkelingen er gewoon niet bij.

Op de stoffenmarkt in Kennedytown zat ze te dutten, de oudste marktkoopvrouw. Het was zo’n mooi beeld, dat ik discreet de camera liet lopen. Een grijs, krom vrouwtje in haar nestje van duizend stoffen, opgestapeld aan alle kanten tot een toren van textiel, met daarin slechts een enkel venster met daar in haar knikkebollende gestalte. Ze is de pensioenleeftijd al lang voorbij, maar in Hongkong werkt iedereen gewoon door tot het leven zelf op is. Je leeft om te werken, is het idee. ‘Niets doen’ komt er nauwelijks voor en is heel slecht voor het ego. In heel Hongkong nauwelijks een bedelaar gezien. En zo heeft ook dit vrouwtje een plek gekregen die bij haar past. Ze hoeft niets te doen dan slechts lappen stof af te knippen en die te verkopen voor een goede prijs.
Waar in de wereld ik ook kom, de lokale markten sla ik nooit over. Want elke Souk, de Mercado, Marché of αγορά, evenals de openlucht slachterijen en visstallen, laten bij uitstek zien hoe een cultuur omgaat met haar alledaagse levensbehoeften. Een Chinese visboer werkt de hele dag met een groot, zwaar hakmes als gereedschap. Ook de kleinste vissen worden daarmee gefileerd. De chirurgische precisie waarmee hij zo’n verse Poon opensnijdt, zonder darmen of zwemblaas stuk te maken, toont een volwaardig ambacht.
Bij het vrouwtje wil ik twee Chinese schaartjes kopen. Voor mijn dochters die allebei linkshandig zijn. En voor linkshandigen is het nu eenmaal niet eenvoudig een geschikte schaar te vinden. Hier in dit textiele hoekje bij het vrouwtje dat inmiddels is ontwaakt liggen er zo’n tien. Veel logischer vormgegeven dan de scharen die we gewend zijn. Ze bestaan in wezen uit twee langgerekte losse messen, die tot handvaten zijn verbogen. Eenvoudig en eleganter dan welke andere schaar ook. Zowat elke dorpssmid in China kan hem produceren in een half uur. Ze noemt haar prijs. En haar toelichting om die vraagprijs vooral serieus te nemen, moedigt mij aan om af te dingen. Al versta ik geen woord Chinees, met mijn intuïtie voor andermans intenties is niets mis. Zo’n 120 HK Dollars voor een schaar. Dan lijkt mij 200 voor twee stuks best redelijk. Ze is meteen akkoord.. maar vindt dat ik er niets van heb terechtgebracht. Want dat is geen afdingen. Een relevant voordeel begint bij de helft. Met een wegwerpgebaar wendt ze zich van me af en hoeft niet meer te zien dat ik tevreden ben met de twee schaartjes, opgerold in een oude krant. Zo doe je geen zaken, moet ze hebben gedacht. We zullen nog heel wat moeten leren, willen we straks volwaardig deel uitmaken van een wereldeconomie waarin Chinezen en Indiërs de regie hebben.