Pact met de Duivel

08/11/2009

OmslagHolofaustWebsite

Het heeft even geduurd, maar we schrijven weer. En lezen erbij. Al is de krisis niet bezworen – integendeel – we kunnen weer adem halen na een lange periode van overuren en vernieuwen. Want wie denkt te kunnen blijven doen wat hij altijd deed… mist de essentie van deze tijd. En komt beslist in slapeloos vaarwater. Herbezinning is op alle fronten noodzaak want we leven in blessuretijd.

Je kunt een bank wel miljarden toeschuiven in deze tijd van gebroken vertrouwen, maar ook Wouter Bos weet dat we daar op lange termijn niets mee bereiken. We leven van enorme voorschotten die we tegen onbetaalbare rente hebben opgenomen van onze kinderen. Door – zoals Bos dat deed – de schuldenlast te verschuiven van de bank naar de burger, lossen we natuurlijk niets op. Dus is het zaak dat we heel snel die scheefgroei vervangen door iets beters. Hoe gaan we dat aanpakken?
In de beste boekhandel van ons land kwam de lokale elite bijeen om het verse boek van Govert Derix te verwelkomen. De Tribune is niet groot, maar op dat moment voelt het toch heel groots dat daar zoveel historici, schrijvers, journalisten, filosofen en andere intellectuelen bijeengekomen zijn om het glas te heffen op 128 bladzijden vol bezinning over hebzucht, creativiteit, vriendschap, crisis en passie. Govert is filosoof en schrijft geconcentreerde tekst. Dat is niet voor iedereen makkelijk verteerbaar, maar wie nog wat ouderwetse moeite doet, kan er veel inspiratie uit halen. Govert heeft zijn boek Holofaust gedoopt. Faustkenners weten dat deze hoofdpersoon uit het Magnum Opus van Goethe een pact sloot met de Duivel. Daarmee verwierf hij de hoogste wijsheid, maar zou dat moeten bekopen met zijn ziel. In dat licht bezien belooft Holofaust niet veel goeds. En inderdaad, het boek analyseert op pijnlijke wijze de enorme teloorgang van al hetgeen in de mensheid ooit waarde had. En als er nu – in de ‘blessuretijd van de verlenging’ – niet iets geheel nieuws en beters in ons midden neerdaalt, wordt het een fatale finale. Maar Govert laat ook nieuw licht schijnen, vanuit nieuwe standpunten. En al zijn de conclusies niet zomaar geruststellend, zijn glimlach straalt toch door in vele alinea’s. Een verademing voor mensen die graag inhoud consumeren. En lang daarna nog de pikkelende nasmaak willen proeven van een verwarrende zienswijze. De echte metamorfose naar een nieuwe orde begint in het hoofd. En als we collectief beseffen dat het ook heel anders kan, is er een mogelijkheid dat deze wereld transformeert tot iets haalbaars. ‘Govert, schrijf door… en breng samen met andere moralisten en beschouwers nieuwe verwarring onder de lezers. Zodat we onze inzichten scherpen en op nieuwe sporen komen, als antwoord op een op hol geslagen wereld’. Het eerste exemplaar ging naar de innemende Erik Croux, kunstbetrokkene, beeldend kunstenaar en inspirator. Holofaust is verkrijgbaar onder ISBN nummer
978-90-78407-54-6 en kost € 14,90

In bikini

13/10/2009

060412_berlusconi_vlrg_4a.widecIedereen “neemt” het gelijk. Ook al denken we er allemaal anders over. Heeft Gouverneur Frissen vertrouwen verloren, of zich juist een ondernemende initiator getoond? Rommelt Gerd Leers met de Bulgaren, of heeft hij de Tefaf bij Maastricht betrokken? Is Balkenende een verscholen autist, of is hij een bestuurlijk genie? Je mag het allemaal zelf zeggen.

Dertig jaar geleden waren we het altijd eens. Er bestond maar één waarheid. De boeken van Wolkers waren rebels, de muziek van Bob Dylan revolutionair, in Vietnam had je foute Noord- en de goede Zuid-Vietnamezen en Kennedy was een held. Dat was makkelijk, al klopte er geen donder van. Maar nu kennen we meer waarheden. We zien de een na de andere bestuurder sneuvelen door publieke lynch-lust, om vrijwel niets. En anderen overleven de grootst denkbare ontsporingen. Als je vijftien jaar geleden zeggen zou dat er een president komt die zijn verkiezing behaalt omdat hij alle TV-zenders bezit en op die stations alleen nog dames in bikini laat optreden, had iedereen je uitgelachen. Het kan allemaal. Maar de behoefte aan nieuwe, begrijpelijke ijkpunten wordt er bij velen niet minder om. Lang niet iedereen is in staat tot het bepalen van een kritisch eigen standpunt. En die groep groeit nu met de dag. Het is juist deze massa, die steeds gevoeliger wordt voor de mensen onder ons die roepen dat ze het wél weten. Diane Benscoter heeft daar een beangstigende reeks voorbeelden bij, van mensen die slechts een enkel denkbeeld blind volgen. Omdat Diane dat proces zelf intens heeft meegemaakt, is haar analyse bij TED.com zo beklemmend. Hoe instabieler de groep rond een complex probleem… hoe groter de schreeuw om een simpele oplossing. En zulke oplossingen hebben altijd één gemeenschappelijk kenmerk: ze scheppen polariteit. Zij en wij. Goed en kwaad. Het is op dit punt dat Diane haar betoog afbreekt, terwijl ik me zit af te vragen wat je daar nu tegen kunt doen. Juist deze pluriforme wereld bevalt me het best en doet me elke dag weer verwonderd opkijken. Nee, ik verlang niet terug naar een wereld met een enkelvoudige waarheid, zeker niet. Maar als we niet uitkijken, gaat die er wel weer komen.

operating-room Je weet niet wat je ziet als je OK10 binnenstapt. Een futuristisch blauw licht en een woud aan complexe apparaten. Dit is Nederlands toplocatie voor lastige ingrepen. Wat we vanavond niet zien, is het team specialisten dat bij deze operaties vereist is. En eenmaal in vol bedrijf galmt uiteraard de weerklank van U2 door deze smetteloze ruimte.

Er is geen reden tot gerustheid als er een slokdarmtumor wordt geconstateerd. In de meeste gevallen ben je al te laat bij de eerste klachten. Maar vandaag zijn we in het hart van het strijdperk tegen deze lastige tumoren. Het is de operatiekamer waarin men alle denkbare technologie beschikbaar heeft die zo’n complexe operatie met zich meebrengt. Vroeger, zo legt Dr. Ewald Bollen van Atrium MC in Heerlen uit, maakte men enorme gaten in het lichaam, om zieke weefsels af te voeren. De ergste operaties waren gericht op ingrepen aan de longen waarbij tussen de ribben door moet worden gewerkt, die bij die gelegenheid met een gruweltang uit elkaar worden gedrukt. Maar inmiddels werkt men meer en meer met de VATS lobectomie. Bij die techniek worden maar een paar kleine sneetjes gemaakt waardoor een tangvormig soort multifunctionele scharen worden gestoken om de tumor te bereiken. Zo ontstaat er bij de patiënt minder schade en bloedverlies en is men soms na twee dagen al weer op de been. Voor de chirurgen van het Atrium Ziekenhuis in Heerlen betekent de nieuwe aanpak nogal wat. Men volgt de werkzaamheden bij de tumor volledig middels monitoren dus is er oefening nodig om de oog-handcoördinatie te trainen. Je moet ongeveer de handigheid hebben van een goede Gameboy speler, wil je een slagaderlijke bloeding tijdig de baas kunnen. Samen met zo’n zestig andere zakelijke sponsoren van het Atrium Ziekenhuis, luister ik geboeid hoe Dr. Meindert Sosef de organisatiegraad van de operaties aan de slokdarm ontvouwt. Inmiddels hebben alle Limburgse ziekenhuizen deze lastige operaties opgegeven en brengen hun patiënten voor de ingreep in Heerlen onder. Daarmee hangt uiteraard een hele ketting aan verantwoordelijkheden en protocollen samen. De statistieken liegen er niet om en het is de toehoorders wel duidelijk dat er zware innovatieve slagen gemaakt zijn in deze teams van topspecialisten. Ze halen hun kennis en vaardigheden uit alle hoeken van de wereld en bekwamen zich elke dag verder in dit wonderlijk vak. Iedere dag beter, zegt bestuursvoorzitter Eke Zijlstra… en in de blauwe Operatie Kamer maken ze die belofte waar. Ik hoop er alleen nooit meer te hoeven komen.

Zinnige leegte

18/09/2009

hangmatEen vriend zei laatst iets grappigs: Ik zou wel eens willen zien aan elk voorwerp in mijn huis, wat ik daar oorspronkelijk voor betaald heb. Als een soort les. Je zou van je stoel (€ 480,-) vallen. Misschien wel eens een goeie oefening, dacht ik toen. Want als we niet steeds opnieuw heel anders tegen de wereld leren aan kijken, komen we er nooit uit.

Beter nog zou je alles in huis kunnen bestickeren zoals in een uitverkoop: in zwarte letters de oorspronkelijke aanschafprijs en in rood de huidige waarde. Je zult zien dat je dan van diezelfde stoel (- € 12,50) valt. Want de devaluatie van alle spullen in deze wereld, gaat met de evenredige astronomische snelheid als de ontwikkeling van nieuwe hebberigheid. Ik herinner me dat ik het altijd inspirerend vond om langs rommelmarkten en curiosa fairs te slenteren. Al die wonderlijke gebruiksvoorwerpen uit andere generaties zijn soms zorgvuldig onderhouden, dan weer jammerlijk gekneusd. Een oude viool die alle sporen van intensief gebruik laat zien, met twee initialen in de hals en een pandhuis sticker is nu eenmaal fascinerend. Ze prikkelt de fantasie met narratieve oplossingen. Of een houten notenkraker, uitgevoerd als elegant vrouwtje, tussen wiens liezen de walnoten zijn gekraakt, ofschoon ze op de laatste amandel haar heup brak. Nog steeds spijt dat ik het destijds niet heb gekocht. (Nee, ik bedoel niet de Hillary Nutcracker)
Echter, toen vorige week de hele Battalaan weer haar gebruikte spullen uitrolde voor het nazomerende puliek, stond me de collectie erg tegen. Temidden van honderden Blokkerprullen en Xenos rietwerk hele Chinese legers futuristische poppetjes met valhelmen en wapentuig. Stapels dozen PC-games, afgedankte elektronica en duizenden andere impulsaankopen. De weerslag van de onuitputtelijk consumerende medemens heeft iets afstotelijks. Als een vuilnisbelt vol bevliegingen en controlegebrek.
Tja hoe moet het dan wel? Ik kan enorm genieten van uitgebalanceerde voorwerpen die hun werk heel goed doen. Het aanzetstaal waarmee ik mijn Sabatier koksmes scherp voor ik de tomaten klief in dunne gladde plakken. Of de Nespressomachine die me nooit in de steek laat. Zelfs dat gekke wifi kastje van Apple – een wit plastic doosje op mijn bureau met één groen lampje – doet het altijd. Een gedichtenboekje dat je meeneemt op elk zonnig terras. Het worden allemaal voorwerpen waaraan je je zou hechten. Al moet ik bekennen: ik hecht nog meer aan lege ruimte. Je zolder opruimen schept immers ook ruimte in je hoofd. Als gevolg van een enorme razzia op een van de kamers had ik een wagen vol gebruikte spullen. Ik ben nog geen vijfde deel kwijtgeraakt bij de kringloopwinkel. Het is allemaal volstrekt onverkoopbaar. Te geef lukt het niet eens. Dus zullen we – recessie of niet – onze koopprikkel moeten leren beheersen. En ons moeten bezighouden met vormgegeven bruikbaarheid. Met elegante dienstbaarheid en inspirerende zinnigheid maar vooral… genietende ledigheid.

StPancras_Eurostar-778951In de duisternis van de kanaaltunnel is het kalm typen. Er zullen vast wel cruiseschepen en olietankers boven mijn hoofd af en aan varen, maar hier in het blauwe schijnsel van de Apple merk je daar niets van en is het schrijfklimaat okay voor een pretentieloos blog.

Met mijn collega Stijn vertrok ik in het vroege ochtenduur vanuit het Station in Maastricht met de Waalse intercity op weg naar het Eurostar station in Brussel-Midi. Er is veel veranderd op dit traject, als ik dat vergelijk met de jaren dat de boemel naar Luik nog op diesel reed. Dat ging toen honkebonkend door de boomgaarden van Visé en Jupillle van stationnetje naar stationnetje. Voor aankomst bizar langzaam langs de neonramen van de prostitutiewijk bij Guillemins alsof de machinist niemand wilde storen. Niet te vergelijken met de goed geveerde, strakke vaart van nu. En hoe bijzonder is het niet om zo gladjes onder de structuren van Calatrava door te glijden en moeiteloos richting Brussel te zweven op snelheid. Al zou de TGV er wat later nog een angstaanjagend schepje bovenop doen. Jawel, van vertrek tot aankomst heeft de TGV nog het meest weg van vliegen. Het station van Rijsel heet dan ook Lille-Europe, zoals een luchthaven betaamt. De incheck, de controle, de snelheid is bij benadering dezelfde. Alleen het uitzicht is aanmerkelijk dynamischer, behalve hier in de tunnel al duurt dat maar even. We waren vandaag in Londen voor een bezoek aan onze toeleverancier van het Content Management Systeem. En dat werd een lang gesprek met glazen water. Dat jullie zomaar die hele reis maken, vroegen de jonge kerels verwonderd. Ze hadden geen idee waar Maastricht ongeveer ligt. Wij vanochtend trouwens ook niet waar we hun kantoor konden vinden. Een passerende Bobby had ook geen notie, maar wel een tip: you can find the adress on that one, wijzend op de i-phone. Wat merkwaardig dat de Londense taxi’s alle denkbare moeite doen om hun historisch imago te onderstrepen met oncomfortabele lamlendigheid. De retro klapstoeltjes en het kogelvrij glas maken het tot een hobbelige bevrijdingstocht in een Sherman tank over de linkerrijstrook. Maar komaan, we zijn weer eens in een wereldstad en liggen vanavond terug in ons eigen bed. Al kom ik wel vaker in Londen, het is toch weer anders als je er een zakelijke bestemming aan geeft. Het voelt strakker, functioneler, eigentijdser en georganiseerder om van dusk till dawn overgeleverd te zijn aan eigentijdse mobiliteitssystemen. Met in die resturen een geschikt blogklimaat.

Toegepaste Liefde

14/09/2009

typewriterOmdat het tempo van onze maatschappij nu stilaan exponentieel versnelt, worden onze teksten aldoor korter. No time to waste. We laten niet alleen hele nuanceringen weg, ook alle niet-essentiële woorden. Er blijft kindertaal over. En daarvan halen we tenslotte de klinkers weg. Korter dan kort. Krtr dn krt.

Na een vakantieonderbreking bloggen we vrolijk verder. Al krijg ik wel eens de opmerking dat het meer op ‘columneren’ lijkt dan op bloggen. Maar juist het aardige van bloggen is dat iedereen een eigen vorm kiest. Toegegeven, mijn breedsprakige columns vol toegepaste liefde voor belegen woorden zijn niet echt van deze tijd. Integendeel. Het moet echt korter, sneller. Want niemand heeft de tijd om breedsprakigheid te belonen met aandacht. Dat zien we elke dag om ons heen. Het begon misschien wel met sms-verkeer: ‘bn ff nr kppr, CU’. Noodgedwongen, als gevecht tegen de kosten worden sms-teksten kien teruggebracht tot symboolcodes. Zoals een verkeersbord het parkeren verbiedt in een enkele aanblik, kunnen drie toetsen van elke mobiele een somber gezichtje uitdrukken. Of een knipoog met uitgestoken tong. En zo gaat het ook met de tekstregels in onze Facebook, Linkedin en Hyves profielen. “Nieuw blog Jean-Paul” is zo’n zin. En die moet er dan voor zorgen dat echte liefhebbers even klikken. Of sneller nog, even de headline scannen. Als de kopregel zegt: “Geen eetlust, wel seks” dan heb ik meer dan 120 lezers die dag. En doe ik “Belastingaangifte de deur uit” decimeert dat aantal. Wat ik verder in die tekst schrijf, maakt niets uit. Zo zijn de cijfers. Het gaat bij TV, krant en website om de headline. Zojuist ontving ik een Facebook regel: Coldplay @ Nijmegen was super, en kreeg elders de uitnodiging: zat.bbq @ st.pieter. Heel snel leert iedereen headlines schrijven. Met name twitteraars weten daar alles van. Met 140 karakters moet je het doen. En gebruik je ze werkelijk allemaal dan ben je gek, want dat leest geen hond. Hou het toch kort.
En dan opeens… zie ik weer dat web-tv interview met Nic Tummers uit 2003. Die daarin ten strijde trekt tegen de vervlakking, de eenzijdigheid van onze aandacht. De totale waan van de dag die ons blind maakt voor mooie dingen. Ik was het 6 jaar geleden al erg met hem eens en geniet bij dit weerzien opnieuw van zijn rebelse opvattingen. Een paar jaar later – in april 2007 – neemt werelds meest virtuoze violist Joshua Bell de proef op de som. Gekleed als straatmuzikant speelt hij op zijn Stradivarius uit 1713 een van de moeilijkste vioolpartijen aller tijden. En dat alles in de lullige hal van een metrostation. Om te beproeven of er passanten zijn die zijn buitengewone prestatie waarderen. Mogelijk zelfs herkennen. In de drie kwartier dat hij viool speelt wandelen meer dan 1.000 mensen hem straal voorbij. Na zijn concert ligt er slechts 32 dollar in zijn vioolkoffer. Zeven mensen hebben even stilstaand geluisterd, niemand langer dan een minuut. ‘Well done Joshua. Het zegt immers niets over je vioolspel… maar alles over deze bizarre maatschappij’. En zoals Nick Tummers zegt: ‘Het klinkt in ons hoofd al lang niet meer… we horen slechts medeklinkers‘.

Echte Aanpakker

25/08/2009

frank-maisVanavond was ik uitgenodigd door mijn bijzondere vriend Frank. Hij is opgegroeid in een veehouderij en kent alle kneepjes van het koeienvak. Maar in één aspect heeft Frank zich helemaal gespecialiseerd: Maïsveredeling. En terwijl hij mij rondleidt door de hoge stengels van de Maïsplanten, wordt duidelijk dat Frank een van de zeldzame Limburgers is die doorlopend innoveert.

We gaan over een smal perceeltje boordevol maïsplanten dat grenst aan het spoor naar Luik, ver van de openbare weg, zodat het verscholen ligt voor passanten. Bij de meeste planten zijn zakjes over de vruchten geschoven en vastgeniet, om te voorkomen dat de jonge kolven worden bevrucht door een onbekende soort. Nee, de bevruchting moet juist komen van een slim gekozen ras, dat de eigenschappen van de nakomelingen zal beïnvloeden. Daarin schuilt nu juist de innovatie.
Innovatie, klinkt als de heilzame oplossing voor Limburg. Want ‘Lissabon’ heeft beklonken dat heel Europa daar de komende eeuw haar geld mee moet verdienen. Maar voor heel wat bedrijven blijft het begrip ‘innovatie’ steken bij de begerige blik naar een subsidieregeling. Zoekend naar de kans om nieuw kantoormeubilair te financieren uit een innovatiepotje. Zo gaat het niet bij de melkveehouderij van Frank’s familie. Daar zijn vandaag twee fonkelnieuwe melkrobots geleverd – ze staan nog in plastic – en zullen eerdaags 24 uur per dag volledig automatisch meer dan honderd koeien melken, zodat de veehouder zich kan bekommeren om het terugdringen van alle inkoopkosten.
En op dat terrein komt Frank in beeld. Maïs is immers hoofdbestanddeel uit de voeding van koeien en het loont dan ook om dat gewas zo slim mogelijk te veredelen. Dan haal je jaar na jaar meer voedingswaarde van het land, met dezelfde inspanning.
Frank werkt al meerdere jaren met zo’n honderd soorten maïs en houdt nauwlettend de kruisingsschema’s bij in Excel. De ene plant heeft robuuste kolven, maar laat de goudgele toppen daarvan uit het loof steken. Dat trekt vogels aan waardoor de opbrengst afneemt. Dus kruist hij die soort met een minder opzichtige variant. Andere maïsplanten hebben bladeren die het regenwater goed bij de stengel houden. Of die een sneller rijpende korrel voortbrengen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft invloed op de opbrengst. Nu zul je zeggen, dat is toch niet innovatief? Dat doet de mensheid al duizenden jaren.
Dat klopt. De mens innoveert al duizenden jaren. Frank is zo ver dat hij zijn maïs na de oogst meteen naar een collega in Chili opstuurt. Zodat die de zaden opnieuw tot volwaardige planten laat uitgroeien op dat zuidelijke halfrond, terwijl wij hier op de Elfstedentocht zitten te wachten. En in het voorjaar stuurt Chili de opbrengst weer terug: weer een hele generatie winst. Zo pakt Frank dat aan. Hij gaat elke dag op pad over zijn proefpercelen, met plastic zakjes, notitieboekje, nietmachine en fototoestel. Uit enthousiasme voor dat complexe vak. Met vakkennis en gevoel voor de natuur. Zonder één Euro subsidie.
Het lijkt wel of innovatie wordt uitgelegd als: “vertrouwde dingen op een nieuwe, andere manier gaan doen.” Maar als we werkelijk iets willen bereiken in innovatie, dan is daar in de eerste plaats een heel gedreven mentaliteit voor nodig. Mensen die aanpakken. Op eigen initiatief, uit liefde voor hun veranderlijke vak, in een veranderlijke tijd. Zonder dat iemand hem er ooit naar heeft gevraagd, is Frank van Aubel uit Eijsden zo iemand. Kras het vakje maar vol: “geschikt.”

chinese schaarDe cultuur GPS voorspelde het al: wie zaken wil doen met China krijgt te maken met een ‘masculine’ attitude. Men heeft vooral waardering voor toppers en succesvolle mensen. Een waarde die in constitutie van elke Chinees ligt opgesloten. Dus horen kneuzen en zwakkelingen er gewoon niet bij.

Op de stoffenmarkt in Kennedytown zat ze te dutten, de oudste marktkoopvrouw. Het was zo’n mooi beeld, dat ik discreet de camera liet lopen. Een grijs, krom vrouwtje in haar nestje van duizend stoffen, opgestapeld aan alle kanten tot een toren van textiel, met daarin slechts een enkel venster met daar in haar knikkebollende gestalte. Ze is de pensioenleeftijd al lang voorbij, maar in Hongkong werkt iedereen gewoon door tot het leven zelf op is. Je leeft om te werken, is het idee. ‘Niets doen’ komt er nauwelijks voor en is heel slecht voor het ego. In heel Hongkong nauwelijks een bedelaar gezien. En zo heeft ook dit vrouwtje een plek gekregen die bij haar past. Ze hoeft niets te doen dan slechts lappen stof af te knippen en die te verkopen voor een goede prijs.
Waar in de wereld ik ook kom, de lokale markten sla ik nooit over. Want elke Souk, de Mercado, Marché of αγορά, evenals de openlucht slachterijen en visstallen, laten bij uitstek zien hoe een cultuur omgaat met haar alledaagse levensbehoeften. Een Chinese visboer werkt de hele dag met een groot, zwaar hakmes als gereedschap. Ook de kleinste vissen worden daarmee gefileerd. De chirurgische precisie waarmee hij zo’n verse Poon opensnijdt, zonder darmen of zwemblaas stuk te maken, toont een volwaardig ambacht.
Bij het vrouwtje wil ik twee Chinese schaartjes kopen. Voor mijn dochters die allebei linkshandig zijn. En voor linkshandigen is het nu eenmaal niet eenvoudig een geschikte schaar te vinden. Hier in dit textiele hoekje bij het vrouwtje dat inmiddels is ontwaakt liggen er zo’n tien. Veel logischer vormgegeven dan de scharen die we gewend zijn. Ze bestaan in wezen uit twee langgerekte losse messen, die tot handvaten zijn verbogen. Eenvoudig en eleganter dan welke andere schaar ook. Zowat elke dorpssmid in China kan hem produceren in een half uur. Ze noemt haar prijs. En haar toelichting om die vraagprijs vooral serieus te nemen, moedigt mij aan om af te dingen. Al versta ik geen woord Chinees, met mijn intuïtie voor andermans intenties is niets mis. Zo’n 120 HK Dollars voor een schaar. Dan lijkt mij 200 voor twee stuks best redelijk. Ze is meteen akkoord.. maar vindt dat ik er niets van heb terechtgebracht. Want dat is geen afdingen. Een relevant voordeel begint bij de helft. Met een wegwerpgebaar wendt ze zich van me af en hoeft niet meer te zien dat ik tevreden ben met de twee schaartjes, opgerold in een oude krant. Zo doe je geen zaken, moet ze hebben gedacht. We zullen nog heel wat moeten leren, willen we straks volwaardig deel uitmaken van een wereldeconomie waarin Chinezen en Indiërs de regie hebben.

Havenmeester

16/08/2009

hong-kong1In de grootste hogedrukpan van de wereld word je gaargestoomd voor de nieuwste economie. Perfect georganiseerd, op volle snelheid, mondiaal en wendbaar als een scheepje in Hongkong Harbour. In het economisch centrum van Azie kijk je je ogen uit. 

Mijn hotel ligt aan de kop van Hongkong Island, aan de westzijde bij de monding van de haven. En het is vanaf dit punt dat je een perfect zicht hebt op de honderden simultane vaarbewegingen die door dit stukje water rechte, schuimende lijnen trekken,  als straaljagers door de lucht. Vanuit mijn appartement op de 35e verdieping ontgaat me niets en doen de kleine scheepjes denken aan uitvliegende bijen. Wat moet er dan wel niet in de korf aan de hand zijn? Wie zich in Hongkong City waagt kan vooraf maar beter even mediteren. De georganiseerde chaos is ons compleet vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Aziaten die hier wonen ons Westerlingen zien als een soort trage lomperikken, die maar weinig begrijpen van geconditioneerd gedrag en orde. Evengoed is men heel hulpvaardig en sta je nooit lang alleen, met een plattegrond in je hand. Via de dubbeldekker tram hotsenknotsen we het centrum binnen, waar alle mondiale bank-spelers en verzekeraars  zijn vertegenwoordigd in enorme gebouwen. Aan beide zijden van de oever wemelt het van de verantwoorde Feng Shui complexen die ijveren om de grootste hoogte. Willekeurig daar tussen staan wolkenkrabbers en wolkenkrabbertjes als naalden naast elkaar. Sommigen maar een enkel appartement groot maar evengoed 30 etages hoog.  Om acht uur in de avond vangt het grootste lichtorgel aan, dat je in de wereld vinden kunt. De grootste gebouwen hebben immers allemaal hun neon-lijsten en schijnwerpers, beamers die in de wolken schijnen en grote vidiwalls met bewegend beeld. Dan schalt over de kade promotionele muziek en flitsen alle lampen synchroon op de maat mee. Het is een staaltje van ‘kunnen’ waarin Hongkong sterk is. De organisatiegraad in deze stad is spreekwoordelijk, al zou je het niet zeggen als je de massa ziet kronkelen over de kades, door winkelstraten, in trams, bussen, metro’s en over roltrappen. Maar wie oplet ziet, dat ze elkaar nooit aanraken. Dachten wij zuinig te moeten zijn met energie in ons koude landje? In de zomer is in deze hele  stad geen lokaal meer te vinden waar de airco boven de 18 graden staat. Terwijl de hitte buiten verzengend is, loop je door grote warenhuizen en winkels met wereldmerken terwijl het kippenvel op je armen staat. Hongkong lacht met de Nederlandse truttigheid. En ik kan me voorstellen dat wie hier een jaartje verblijft, enigszins moeite zal hebben zich in Nederland weer thuis te voelen.

microsoft_surface_touchscreen_table1

Gisteren was ik weer een middagje medewerker bij ikea. Het geniale bedrijf dat de meubelmarkt compleet heeft veranderd. Ik moest nadat mijn dochter koos voor Malm, Sultan en Billy’s de beschikbaarheid checken. En daarna met cijfercodes op zoek in het magazijn om daar de juiste doos uit het rek te trekken. Om vervolgens te laden op een plateauwagen, die dan wordt gescand.

Mijn loon op deze triviale middag bestond uit de grootst denkbare korting op de hele partij. Voor nog geen duizend euro reden we een compleet appartement naar de huurwagen. Wie zulke Billy’s en Bestå’s al eens in elkaar heeft gezet, kan de onovertroffen efficiency niet zijn ontgaan. Het zakje schroeven gaat helemaal op en wat er overblijft zijn een paar flappen karton, klaar voor de papierbak. Het meest indrukwekkend vind ik de internationale handleiding waarin geen woord te vinden is en zelfs de grootste sukkel geen kans krijgt om maar één fout te maken. Welk bedrijf kan Ikea nog verslaan?
Disign is een ongrijpbare factor die de elite naar luxe toonzalen doet afbuigen, waar ze voor heel andere bedragen eigenzinnige meubels aanschaffen. Dat die door mannen in witte pakken thuis worden voorgereden, maakt de aankoop alleen maar exclusiever. Maar uit die hoek zal geen antwoord komen op het Ikea-succes. Kan het dan nog anders, nog sneller bijvoorbeeld? Stel ik klik op een 3D site mijn kastjes en bedden bij elkaar en een uur later hoor ik het geronk van een helikopter die een palet vol bijna-klaar-meubelen in mijn achtertuin laat afdalen. Twee mannetjes verkleed als Batman en Robin sleuren de boel op de plek met slimme hijs- en trap-robots en anderhalf uur later is het bedrag van mijn rekening afgeschreven. Dat zou wel aardig tegemoet komen mijn koopimpuls. Maar of dat plan Ikea plat krijgt?
Misschien moet er een aanrecht komen met een krasvrij touch-screen, waarmee ik snel kan leren hoe je enchilada’s vult. Uit de kastjes klinkt bij het openen een wijze spreuk of filmfragment, in de originele stem van Clint Eastwood. De cappuccinomachine produceert behalve koffie ook nog meditatieve borrelgeluiden in de ochtend en dance-beats in de avond. De lichtkleur achter het messenblok geeft aan hoe Cradle to Cradle je bezig bent. En zo zie ik bedden met rookmachines, toiletten met het verbloemende geruis van de Victoria Falls, en op het raam aan de straatzijde een Film Noir geprojecteerd met mezelf in de hoofdrol. En alleen met een T-Mobile abonnement variëren al die effecten van dag tot dag.
Ik bedenk me juist, moeten we dat nu echt allemaal gaan aanschaffen? Kunnen we niet beter leven van hotel naar hotel? Van Qbic naar Qbic, steeds in nieuwe concepten vallend op zoek naar de ervaring die een tijd lang het best bij ons past? Ja, noem het gerust ‘flexplekken voor het leven’ want we gaan dan terug in dat nomadische bestaan, waartoe we eigenlijk ooit gemaakt waren. Als dat op een dag gebeurt – en zover komt het – is het ook met Ikea gedaan. Dan zien we hun meubelwaar weer als datgene wat het werkelijk is: kartonnen dozen, volgepropt met spaanplaat en voorgeboorde gaatjes. Make my day.